Zelf een prentenboek maken met je kind

Een vel papier wordt jullie eigen verhaal

Wat als de slak in de tuin een gele hoed droeg? En wat als die hoed ineens wegwaaide? Met één gek idee heb je al het begin van een verhaal. Leg papier en kleurpotloden klaar en laat je kind bedenken wat er daarna gebeurt.

Samen maken jullie een klein prentenboek dat je later opnieuw kunt lezen. Je kind hoeft nog niet te kunnen schrijven: tekenen en vertellen is genoeg. Jij kunt de woorden erbij zetten. Met één gevouwen vel papier houden we het overzichtelijk, zodat er ook tijd overblijft om het verhaal aan een knuffel voor te lezen.

zelf een prentenboek maken

Voor je begint

Voor kinderen van ongeveer 3 tot 8 jaar, samen met een volwassene. Reken op ongeveer 20 tot 40 minuten, afhankelijk van hoeveel jullie tekenen en vertellen. Je kunt het ook verdelen over twee momenten: eerst het verhaal bedenken, later de tekeningen maken.

Dit heb je nodig

  • Eén wit A4-papier, liefst iets steviger papier
  • Kleurpotloden of wasco’s
  • Een potlood en een pen voor de tekst
  • Eventueel een extra kladpapier om ideeën uit te proberen

LaaMet kleurpotloden of waskrijtjes kun je beide kanten van het papier gebruiken zonder dat natte inkt doordrukt. Voor dit boekje heb je geen schaar, lijm of nietjes nodig.

zelf een prentenboek maken. Je kind tekent en vertelt; jij helpt waar nodig

1 Vouw jullie boekje

Leg het A4-vel liggend neer. Vouw de linkerhelft naar rechts, zodat de korte zijden op elkaar liggen, en strijk de vouw glad. Je hebt nu een staand A5-boekje met de vouw links. Houd die vouw links wanneer je de voorkant bekijkt.

Er zijn vier pagina’s: de voorkant, de twee binnenpagina’s en de achterkant. De voorkant wordt de kaft. Op de andere drie pagina’s komt het verhaal, dus ook op de achterkant. Zet eventueel kleine paginanummers in potlood voordat je begint.

2 Kies één hoofdpersonage

Vraag je kind wie er in het boek woont. Een slak, een knuffelbeer of een zelfbedacht dier? Kies één hoofdpersonage en geef het iets herkenbaars: een gele hoed, een gestreepte staart of enorme laarzen. Zo kun je het op elke pagina terug laten komen.

Weet je kind het niet meteen? Geef twee keuzes: “Gaat ons boek over een slak met een hoed of een beer die zijn bed zoekt?” Laat je kind daarna zelf beslissen wat het personage wil doen.

3 Verdeel het verhaal over drie tekeningen

Bedenk eerst samen het begin, een klein probleem en de oplossing. Eén zin per pagina is genoeg. Dit voorbeeld kun je gebruiken of helemaal veranderen:

Binnenkant links — Het begin: “Slak gaat met zijn gele hoed naar het bloemenfeest.” Teken Slak met zijn hoed op.

Binnenkant rechts — Het probleem: “Woesh! De wind blaast zijn hoed boven op een hoge bloem.” Teken Slak die omhoogkijkt.

Achterkant — De oplossing: “Vlinder brengt de hoed terug. Samen gaan ze naar het feest.” Teken hoe het avontuur afloopt.

Vraag vooral: “Hoe zou jouw verhaal verdergaan?” Misschien klimt de slak zelf naar boven of buigt de bloem naar beneden. Ook dat mag het einde worden.

4 Laat je kind tekenen en vertellen

Laat je kind de drie momenten tekenen. Vraag bij elke prent wat er gebeurt en schrijf de woorden van je kind erbij. Houd onderaan een strookje vrij voor de tekst. Een korte zin is voldoende; het verhaal mag tijdens het tekenen nog veranderen.

Wil je kind zelf schrijven? Laat het een naam, een geluid of de hele zin proberen. Help met een woord als daarom gevraagd wordt. Je hoeft niet elke letter te verbeteren om samen een fijn boekje te maken.

5 Geef het boek een kaft

Bedenk nu de titel. Bij het voorbeeld past “De slak en de gele hoed”. Je kind kan de hoofdpersoon groot op de voorkant tekenen. Zet de titel erboven en schrijf onderaan wie het verhaal heeft bedacht en getekend. Jij mag erbij als schrijver van de woorden

6 Lees jullie boek voor

Zoek een plekje op de bank en laat je kind het boek vasthouden. Lees de zinnen voor of laat je kind bij de tekeningen vertellen. Een knuffel mag luisteren. Is het verhaal vandaag een beetje anders? Dat hoort bij zelf verzinnen.

Schrijf de datum klein onderaan de achterkant en zet het boekje tussen de andere boeken. Zo kan je kind het later zelf terugvinden om nog eens te bekijken of voor te lezen.

Zo kan iedereen meedoen

Voor kinderen van 3 tot 5 jaar kun je het bij enkele vormen en één korte zin per prent houden. Een rondje met twee voelsprieten kan al een slak zijn. Kinderen van 6 tot 8 jaar kunnen zelf zinnen schrijven, een tekstballon toevoegen of een tweede einde bedenken op een los vel.

Poppies tip

Laat je kind eerst iets tekenen en vraag dan: “Wat als jouw tekening nu tot leven kwam?” Bij Poppie begint een avontuur ook met iets dat hij zelf maakt. Misschien stapt de getekende slak zo van het papier af. Waar zou hij op jullie tafel naartoe kruipen? Dat kan het begin van een volgend boekje worden.

Nog meer speelplezier

Zin om verder te luisteren, tekenen of knutselen? Ontdek de gratis activiteiten en luisterverhaaltjes van Poppie en kies samen een nieuw avontuur.